Is het ‘transgender’-zijn of het gendervariant gedrag niet gewoon een fase?

Het kan helpen om over gender te denken als een spectrum: kinderen kunnen hierop verschuiven naarmate hun persoonlijke ontwikkeling vordert. Sommige kinderen voelen zich in periodes meer jongensachtig, andere periodes meer als een meisje. Dit betekent niet dat een gendervariante fase vals of nutteloos is. De genderidentiteit hoeft niet vaststaand te zijn.

 

Jonge kinderen zoeken nog hun eigen weg. Daarom gebruikt men de term 'transgender' minder voor hen. Het valt op voorhand moeilijk te voorspellen of de gendervariante gevoelens van je kind zullen voortduren of uitdoven tijdens het opgroeien. Kinderen kunnen zich met het ouder worden wel comfortabel gaan voelen met hun lichaam en het gender dat ze meekregen vanaf de geboorte. Bij sommige kinderen houden de gendervariante gevoelens aan. Een deel daarvan kiest ervoor om een transitie te doen. Wanneer een kind een transitie wil doen, zijn ouders soms bang dat hun kind alsnog van gedacht zal veranderen. Wat als het kind zich later toch beter zou voelen bij een genderidentiteit die meer overeenkomt met het geboortegeslacht? Het kindergenderteam begeleidt kinderen voor een lange tijd, en helpt mee in te schatten wanneer en welke soort transitie helpend kan zijn. Door deze gepaste begeleiding, gaat het welzijn van de kinderen er op vooruit en is het aantal kinderen die spijt hebben van een transitie erg laag. Het kindergenderteam raadt aan om de mogelijkheid open te houden indien je kind na een transitie opnieuw veranderingen wenst door te voeren. 

 

Het kan zijn dat je kind de transgenderidentiteit pas beseft tijdens de puberteit of wanneer het de eerste stappen naar volwassenheid maakt. Gedurende de schooltijd hebben jongeren niet altijd ruimte om na te denken over wie ze zijn. Dan doen ze vaak gewoon mee met wat van hen verwacht wordt of wat past op hun school. Het is daarom best mogelijk dat je kind rond hun 18de plots ‘uit het niets’ aankondigt transgender te zijn, wat niemand in de omgeving had zien aankomen. De jongvolwassenheid is een kwetsbaar moment, wanneer de jongere keuzes maakt over hun toekomst (studies, werk, wonen, enz.). Wanneer een jongere op dat moment ook de genderidentiteit opbouwt naar de buitenwereld toe, is onvoorwaardelijke steun van de ouders erg belangrijk. Denken in termen van een ‘fase’ voelt voor jongeren dan als ontkenning van hun genderidentiteit.