Wat is genderidentiteit?

Je genderidentiteit is hoe je je voelt, vanbinnen. Iedereen heeft een genderidentiteit, tenzij die agender is. Er bestaan er heel veel. Meestal worden ze verzameld in twee grote groepen: transgender en cisgender.

Wanneer een kindje geboren wordt, krijgen ouders vaak felicitaties voor hun nieuwe zoon of dochter. Een kindje met een penis noemen ze een zoon. Een kindje met een vagina noemen ze een dochter. Mensen gaan er vaak van uit dat kinderen met een penis een jongen zijn. Kinderen met een vagina zijn volgens hen dan meisjes. Soms klopt dat. Dan komt het biologisch geslacht van de kinderen overeen met hun genderidentiteit. Die kinderen zijn dan cisgender. Soms ontdekken ouders later dat hun zoon zich niet altijd een jongen voelt. Of hun dochter voelt zich niet altijd een meisje. Het biologisch geslacht van deze kinderen komt niet overeen met hun genderidentiteit. Dan kan het dat hun kind transgender is.

Weet je dat er ook kinderen geboren worden waarbij het niet zo duidelijk is of ze een penis of een vagina hebben? Die kinderen zijn inter* of hebben een intersekse conditie. Een intersekse conditie is geen genderidentiteit. Een intersekse conditie is iets dat je hebt. Het zit op het niveau van je lichaam. Genderidentiteit gaat over hoe je je voelt. Uiteraard zijn er wel mensen voor wie hun intersekse conditie een deel is van hun (gender)identiteit. Zij noemen zich vaak inter*. Wil je meer weten over intersekse? Op het informatieplatform ideminfo.be vind je veel informatie rond lichaamsvariaties in sekse-kenmerken.